Antroposofische geneeskunde



Wat verstaat men onder antroposofische geneeskunde

Antroposofie betekent zoveel als "wijsheid over het menszijn". De antroposofische geneeskunde wordt in speciaal daarvoor bestemde klinieken, maar ook in de praktijken van antroposofische artsen uitgeoefend. Antroposofische geneeskundigen proberen natuurlijke geneeswijzen met het antroposofisch gedachtengoed te verenigen en toe te passen. De antroposofische geneeskunde beschouwt de vier principes (lichaam, leven, ziel en geest) als therapieconcept dat bij iedere patiënt in individuele vorm kan worden toegepast en grijpt daarbij terug op natuurgeneeskunde, fytotherapie, homeopathie, psychotherapie en kunsttherapie.

Doel van de behandeling

De alfawetenschappelijke inzichten van Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie, zijn integreren het zintuiglijk waarneembare, het stoffelijke en het natuurwetenschappelijk verkenbare door het mentale aspect dat achter ieder proces aanwezig is en geïntegreerd is in alle elementen van de therapie,om deze zeer uitgebreid te maken. De antroposofische geneeskunde omvat, naast een zuiver fysieke beschouwing, alles wat gebeurt in het vegetatieve, de ziel en de persoonlijkheid van de patiënt in zijn georiënteerde, diagnostische en therapeutische handelwijze.

Oorzaken / achtergrond & inzet

Grondslag van een antroposofisch ontwikkelde geneeskunde is de functionele indeling van het levende organisme in vier zijnsvlakken, de zogenaamde wezensdelen: het fysieke lichaam, het etherlichaam, het astrale lichaam en het geestelijke wezensdeel (het IK). Deze wezensdelen, evenals de elementen van de 'drie-eenheid", zijn bij de gezonde mens met elkaar in evenwicht. Bij zieke harmoniseren ze echter niet met elkaar. Doel van de therapie is het behouden of herstellen van de gezonde verhouding tussen de wezensdelen.

Toepassing / therapie / diagnosemogelijkheden

Op een "wezensdelendiagnostiek", waarbij ook objectiveerbare bevindingen betrokken worden, volgt een "wezensdelentherapie". Deze vier wezensdelen werken in een systeem met drie lagen, dat bestaat uit een zintuig-zenuw-systeem (tendensen tot sclerose), een ritmisch systeem (balans) en een stofwisseling-ledematen systeem (tendensen tot ontstekingen).

Het was de verdienste van Rudolf Steiner, die op een bepaalde eenzijdigheid van gezondheidsstoffen (mineralen, planten en dieren) in de procedures wees, om de geneeskrachtige werking van deze stoffen in te zien en toe te passen.

In de antroposofische therapierichting worden, naast stoffen uit de wereld van mineralen, planten en dieren, in bijzondere gevallen ook uit menselijke substanties gebruikt, meestal in versterkte vorm (D1 tot D30).

Een ander domein van de antroposofische geneeskunde is de zogenaamde "metaaltherapie". Hierbij wordt de kennis van zowel de zeven klassieke planeten en de metalen als bepaalde organen van het menselijke organisme therapeutisch toegepast.